“Laat u met God verzoenen”, 2 Korinthe 5 : 20b

Door Ds. R. Veldman

“Zonder bloedstorting geen vergeving”, zo klonk het de eeuwen door. In het Oude Testament moest steeds opnieuw het bloed van stieren of bokken gestort worden om verzoening te verkrijgen. Maar na de komst van de Heere Jezus, heeft Hij als het Lam van God eens en voor altijd Zijn bloed gestort aan het kruis van Golgotha tot verzoening van de zonde.

Dat werk van de verzoening is van God uitgegaan, zonder dat iets van ons mensen Hem daartoe had bewogen. Nu is er een weg terug tot God, waarin het mogelijk is dat zondige mensen uit genade, met God verzoend kunnen worden.

Wij hoeven dat zelf niet te verdienen, het is verdiend. Vandaar dat hier de roep van de apostel Paulus uitgaat: “Laat u met God verzoenen.” Daar staat niet: “U bent al met God verzoend.” Dan zou het niet meer zijn dan het uitroepen van een stand van zaken, koud en onbewogen. Nee, nodig is dat we er persoonlijk kennis aan krijgen, door het werk van de Heilige Geest. Dat we ons geheel en al door het geloof verlaten op de verdiensten van de Heere Jezus Christus.

Dat nu mag en moet in alle ernst verkondigd worden. Daarom zegt Paulus als gezant van God: “Wij bidden u van Christus wege: laat u met God verzoenen.”

Hoe vaak heeft u deze prediking al gehoord? Heeft u en heb jij daar de grote ernst al eens van ingezien? We moeten met God verzoend worden! Er moet vrede komen tussen God en onze ziel, door de verzoening die Christus heeft aangebracht.

Heeft u dan die breuk, die er door onze zonden is ontstaan tussen de Heere en uw ziel, wel eens gevoeld? Dat u onder het oordeel van God ligt en verzoening nodig hebt? Als dat zo is, dan zal ook op de bede van Gods kant -laat u verzoenen- de bede van uw kant volgen: “Hoe krijg ik een genadig God?”

Dit is geen achterhaalde vraag alsof we in deze tijd met hele andere vragen te maken hebben. Nee, de dringende oproep die ook vandaag nog voluit klinkt en moet klinken is: “Laat u met God verzoenen”. Misschien bent u er nog steeds mee bezig om zelf die breuk tussen de Heere en uw ziel te helen. De kloof te dempen. Op te klimmen tot God met al uw offertjes als treden van de trap omhoog, evenals Luther daar steeds mee bezig was. Waarom toch? Wel omdat we niet willen leven van vrije genade. We hebben liever niemand nodig. We zijn er veel te hoogmoedig voor om ons te laten helpen. We knappen het zelf wel op.

“Laat u met God verzoenen.” In deze oproep klinkt ook heerlijk door het welmenend aanbod van genade. Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden. Hij heeft er al voor betaald. Het heeft Hem alles gekost! Het heeft Hem Zijn leven en bloed gekost om die verzoening tot stand te brengen tussen God en uw ziel. En nu wil Hij dat ook heel graag uitdelen. Kan Hij dan Zijn verdienste ook aan u en jou kwijt? Of zeggen we nog steeds met heel ons hart: ik heb er geen lust in. Ik heb dat niet nodig. Ik red mijzelf wel! Als dat zo is, dan acht u ten diepste het bloed van Christus nog onrein. Het had voor u allemaal niet gehoeven. Maar dan komt dat ernstige woord uit Johannes 3 : 36 voor ons te staan: “Die in de Zoon gelooft die heeft het eeuwige leven, maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien de toorn van God blijft op hem.”

Rust dan Gods toorn nog op u? Of is het door genade anders geworden in uw leven? Toen u door Gods Woord en Geest de noodzakelijkheid leerde zien van de verzoening, u had helemaal niets om die hemelhoge schuld tegenover God te betalen. En dat Christus het toen voor u opnam en zei vanuit het Woord: “ Mijn zoon, mijn dochter uw zonden zijn u vergeven.” Ik heb voor u betaald. Ik heb mijn bloed gestort, tot een volkomen verzoening van al uw zonden.

Heerlijk evangelie, want dan daalt er een wondere vrede in uw hart. De eeuwige dood verdiend en nu het eeuwige leven ontvangen. Geschonken uit loutere genade, de schuld betaald en de zonden verzoend. Dan is het : God met mij en ik met God verzoend door het bloed van het Lam, de Heere Jezus Christus. Eeuwige vrede tussen de Heere en mijn ziel alleen in en door Christus Jezus.

” Laat u met God verzoenen.” Dit appel dient steeds weer, zondag aan zondag, te klinken vanaf de kansel en ook tijdens de huisbezoeken, op de catechisaties en op de verenigingen, aan de ziek- en sterfbedden en op de graven.

“ Laat u met God verzoenen“. Dat heeft bloed gekost. Acht dat bloed toch niet onrein door het te verwerpen. Het zal immers vreselijk zijn te vallen in de handen van een vertoornd God.

Vandaar ook dat Paulus in dit hoofdstuk zegt: “Wij dan wetende de schrik des Heeren bewegen de mensen tot het geloof….” en even verderop klinkt het: “Want de liefde van Christus dringt ons…”. Bent u al verzoend met God?